header image

Haar naam is Vicky

Posted by: | 4 mei 2011 | 1 Comment |

Pas om elf uur ‘s avonds vertrekken we uit Best. Best laat inderdaad, maar het wachten was op de noorderling die kwart voor zes bezig was met een sollicitatiegesprek. Daarna was het even snel eten en klaar maken om weg te gaan. Als dan het paspoort even weg is, kan het gebeuren dat je pas na half elf kennis maakt met de Kangoo die je naar Slovenië gaat brengen. De auto zit al bijna tot het dak vol op het moment dat mijn tent, tas en plastic tas met luchtbed en -pomp er nog bij moeten. En warempel: het past! De eerste punten zijn binnen voor deze weinig aantrekkelijke auto.
Toch zet het je wel aan het denken: waarom zie je niet nog meer van die dingen. Deze gedachtengang duurt tot het moment dat je uit stapt. Alleen voor mensen die de auto kopen voor de ongelofelijke hoeveelheid ruimte die ze biedt, is het mogelijk om even langs het uiterlijk van deze te olijk kijkende auto te kijken.
Op naar Slovenië. Het sprintje naar de grens bij Venlo gaat vrij vlot. Daarna gaat het gas er ongenadig op. Het duurt lang voor de teller weer onder de 130 komt. Dit gebeurt alleen voor plaspauzes en tankbeurten. De plaspauzes volgen elkaar vrij vlot op door het fanatieke verbruik van slechts 1 van de passagiers. ‘We moeten er wel erg lang over doen voordat ik moet rijden’. Dat klopt. We gaan tot Oostenrijk redelijk vlot. In de bergen is de vaart er echter een beetje uit. De motor lijkt toch wat moeite te hebben met 4 man plus bagage aan boord. De bochten halen de rest van de over gebleven snelheid er uit, met de bergpas aan het einde als letterlijk en figuurlijk hoogtepunt. De pas is prachtig om te rijden. Zij die niet rijden, kijken hun ogen uit. Dit is een mooi voorproefje van de rest van de week.
Door al het moois, is er vergeten om naar de benzinemeter te kijken. Of het verbruik van de auto is onderschat. Er is ergens een inschattingsfout gemaakt. We zijn in ieder geval blij als we op het puntje van de berg zijn. Naar beneden kom je zonder benzine ook wel. Dan blijkt het echter nog niet duidelijk wanneer we de eerste pomp tegen komen. ‘Ach, we kunnen er nu toch niets meer aan doen’, aldus de bestuurder van het moment. De zoon van de eigenaar ziet dat toch anders. De anders al wat onrustige jongen, kan nu echt helemaal niet stil zitten. Er komen zuchten en steunen van de stoel rechtsvoor. Hij draait en wipt. Hij doet een verwoedde poging te slapen. Iets wat mij op dat moment een stuk gemakkelijker lijkt af te gaan dan de rest van de aanwezigen.
Gelukkig. We halen het dorp van bestemming, maar zien niet direct de benzinepomp. We vragen het aan een mevrouw van iets tourist info achtig iets en rijden het dorp door. ‘Petrol’. We hebben het gehaald! En dat op twee tanken benzine.
Bij het wegrijden van het tankstation zegt de zoon van de eigenaar: ‘Pfff, hebben WE daar nou om zitten stressen?!’
De naam van deze auto: ‘Vicky’. Vicky komt in het illustere rijtje van Bertje 2 en 3, Jacques en Horni Domki. Ze dankt haar naam aan haar vrouwelijk voorkomen, Vicky Butler Henderson en Sam’s moeite met het uitspreken van ‘Valky’, zoals ik door Gijs genoemd wordt. Vicky dus.

under: Reisverhalen

YogJAKKESkarta en de Borobudur

Posted by: | 28 november 2010 | No Comment |

Yogyakarta is stom en de Borobudur mooi.

Tsja, ik kreeg de opdracht een stuk over Yogyakarta te schrijven. Dus dan doe je dat. Nu moet wel gezegd worden dat Yogyakarta niet ZO stom is als Jakarta of Medan. Die spannen de kroon. Het lijkt alsof in Indonesie geldt dat hoe groter de stad is, des te vervelender die wordt. Des te erger is de vervuiling van de lucht, maar ook van de straten. Met de groeten van de ratten die vannacht op het dak van onze hotelkamer een verjaardag leken te vieren. Hoe groter de stad, des te meer mensen willen op hetzelfde moment naar dezelfde plek, zonder ons te vertellen wat er eigenlijk te doen is en waar het is. We mogen in ieder geval wel meegenieten van dezelfde file.
Yogyakarta heeft wel mooie en leuke dingen. Volgens de Lonely Planet dan. Er is een paleis van de sultan. Daaraan kan je inderdaad zien dat het een monument is en de 40 cent die we voor de entree betalen meer dan waard. Maar dat zegt meer over het bedrag dan over het paleis. Zoals eerder gezegd, doen Aziaten niet aan onderhoud en zeker met een aardbeving op zijn tijd kan dat wel handig zijn.
Verder heb je in Yogyakarta iets met zilver. Daar is de stad groot en relatief rijk mee geworden. We bezoeken een farbriek en een winkel tot onze ogen pijn doen van alles wat glimt en vooral wat die Indonesiers er van maken en gaan weer terug. Als laatste heb je dan nog de belangrijkste winkelstraat in Yogya. Die is net zo vervelend als waar die straat naar vernoemd is: Marlboro. Het ruikt er in ieder geval wel zo. De souvenirs zijn in alle stalletjes hetzelfde. Je weet ook waarom men in andere delen van de stad je waarschuwt voor ‘Batik maffia’. Foute mannetjes willen je iets laten zien. Als je dat als priester tegen een jongetje zegt, zit je gelijk een paar jaar vast. Hier is het aan de orde van de dag. Je wordt dan alleen gedwongen om dure lelijke nepschilderijen te kopen. Mooie winkels zijn er niet in Jalan Malioboro.
In onze pogingen toch wat leukst te zien of te doen in Yogya worden we, allebei, het is niet alleen ‘Michel de brommer’ die spreekt, strontchagrijnig. Dit gaat niet werken. Het leukste in Yogya zijn ons hotel met zwembad en wifi, restaurant/yogacentrum/goededoelenwinkel Via via en een restaurant dat ‘Milas’ heet. Deze plekken verrassen ons en maken ons gelukkig weer blij. Bij Via Via hebben ze lekker en gezond eten, de souvenirs die we hier en een stukje verderop in een heel leuk winkeltje vinden en de yogales zorgen ervoor dat we toch goed gemutst aan ons avondmaal zitten. Dit geldt helemaal voor Milas. Milas restaurant is een project voor straatkinderen. Het is moeilijk te vinden in een achterafsteegje. Ik bedenk dan ook dat de jongens die hier komen ‘de Backstreet Boys’ heten. Achter een grote muur blijkt een hele mooie, leuke, knusse tuin te liggen. In deze tuin zijn er meerdere kleinere terrassen die je onderling kunt bereiken zonder nat te regenen. Dat blijkt, zo aan het begin van dit regenseizoen, van enorme waarde. We kunnen elkaar niet meer horen smakken op het moment dat een onweerswolk helemaal los gaat boven de bamboe overkapping waar we onder zitten. En lekker dat het eten weer is.
Dan nog een heel mooi iets in/bij Yogyakarta: de Borobudur. Van te voren zijn we gewaarschuwd dat we er niet helemaal in/op kunnen. Er schijnt nog wat vulkaanas van de Merapi op te liggen. Dat weerhoudt ons er zeker niet van om de tempel toch te bezoeken. Als het helder weer was geweest, had ik toch meer naar die berg gekeken dan naar de tempel. Vulkanen blijk ik toch enorm fascinerend te vinden en het nieuws dat de Bromo, waar we een dag eerder op stonden, uit is gebarsten, vind ik alleen maar stoer. Zo lang er geen slachtoffers vallen. Ik heb vulkaanas van de Borobudur mee genomen naar de hotelkamer. Gewoon echt lesmateriaal dat voor het oprapen ligt. Maar ja, hoe leg je die poeder in je tas uit bij de douane… Ik bespaar me het gezeik.
Die Borobudur dus. Mooi ding. Grijs. Gemaakt van vulkanisch gesteente dat poreus is. In een Nederlandse poging om het tegen verwering te beschermen, hebben de chemicalien meer aangetast dan verwering had kunnen doen. We krijgen door een erg leuke gids uitgelegd welke betekenissen en verhalen er achter de tempel zitten. Dit doet hij zo leuk, dat het nu helemaal niet meer uitmaakt dat we niet bovenop kunnen komen. We leren dat de treden van de trap zo groot zijn, omdat je dan gedwongen bent om naar beneden te kijken. Dat is een teken van eerbied naar de god en het maakt je minder jaloers, waardoor je gelukkig bent. Uitleg: als je alleen maar naar boven kijkt, naar de mensen die meer hebben dan jij, dan ben je alleen maar bezig met wat je niethebt. Je wordt ongelukkig. Als je alleen maar naar beneden kijkt, realiseer je je beter wat jij al wel hebt. Daar word je blij van. Tip: haal even een paar treden uit je trap thuis. Scheelt een paar uur bij je psycholoog en een beetje schuren en schilderen als je trap slijt.
Met dit uitje, het eten bij Milas (ze hadden appeltaart!!), de souvenirs die we gevonden hebben, het brommeravontuur en Via Via, hebben we ons toch prima vermaakt in een stad waar je gewoon niet blij van wordt. Tenzij je rat bent.

under: Reisverhalen

Waar je mee omgaat…

Posted by: | 28 november 2010 | No Comment |

… wordt je mee besmet

Onder het raam van de kamer waar ik even een uiltje probeer te knappen, staat een jongen uit te leggen dat zijn en mijn humor van een ongekend niveau is. Het is eigenlijk bijzonder laag. ‘Je moet het zo zien’, zegt hij terwijl hij zijn handen voor zich houdt, ‘dit is de bovengrens van humor, grappiger dan dit wordt het niet. Dit is de ondergrens, er zijn mensen, zoals Michel de Valk, die daar onderdoor gaan, er zo’n swing aan geven, dat het toch weer terug komt in het kader van ‘humor”. Ik lig dat aan te horen en besluit me maar weer aan te sluiten in het gesprek. Als mijn naam wordt genoemd, reageer ik daar toch graag op en sta ik direct op scherp. Daarbij komt dat een van de gesprekspartners van de jongen een meisje is, dat ik toen al erg interessant vond en nu naast me in de trein naar Jakarta zit.
Stel je voor dat ik toen tegen haar had gezegd: ‘jij en ik, over een maand of vijf in een trein van Yogyakarta naar Jakarta?’. Ze had me recht in mijn gezicht uitgelachen, vervolgens mij voor gek verklaard en daarna allemaal wilde dingen met me gedaan die ik niet fijn had gevonden. Toch hebben we het nu zo voor elkaar dat het wel zo is. Erger nog: we vinden elkaar nog steeds meer dan leuk. Na een maand nooit verder dan een meter of 10 van elkaar verwijderd te zijn geweest, slaan we elkaar niet de hersens in, is er geen breukje in zicht en we hebben zelfs, ik citeer: ‘een gesprek gehad’. Volgens mij waren het er meer, maar ja, je probeert toch een beetje de vrede te bewaren.
Wellicht is het ook daarom, om de vrede te bewaren, maar waarschijnlijk om een andere reden dat ze een beetje mijn soort geintjes begint over te nemen. Natuurlijk, dat leer je niet zo maar, daar gaat jaren aan training, oefenen en eenzame lachsalvo’s aan vooraf, maar toch, het begin is er. Waarschijnlijk is het dus echt zo, dat waar je veel mee omgaat, daar wordt je mee besmet. Ze heeft deze maand bijvoorbeeld al een wat donkerdere huid gekregen, net als ik, blonder haar, net als ik en ze maakt grapjes. Ze verrast me. Soms zijn het de grapjes die een hele zaal stil kan krijgen, terwijl je toch echt dacht dat het grappig was wat je zei. Dit soort momenten heeft zij echter minder. Ik blijf maar spuien, in de hoop voor 10% grappig gevonden te worden. Zij maakt alleen de trefzekere opmerkingen. Vind ik dan. Maar zeg nou zelf, dit zijn toch best aardige pogingen:
We zitten te wachten op de taxi-chauffeur bij de Borobudur, een nogal grote belangrijke en mooie tempel. We hebben het over souvenirs. We praten niet te hard, want als die verkopers dat horen, kom je de komende 25 minuten niet van ze af en sla je stijl van verbazing achterover als je hoort, hoe vaak de prijzen van hun zooi op en neer gaan.
‘Anders koop je een shirt met daarop de Borobudur’, zeg ik.
‘Ja, maar dan moet het er wel op geBorobuduurd zijn’, is haar reactie. Heerlijk toch? Moet ik meer zeggen? Dat doe ik toch:
We hebben al meerdere malen bij restaurant Via Via gegeten. We hebben er geyogaaaad (is dat een woord?) en we hebben er wat souvenirs weggehaald waarvan het geld naar een goed doel gaat. Goed he? We komen dus graag bij de Via Via, maar hebben vanavond plannen om ergens anders te eten. Toch moeten we er nog even langs. We willen nog een paar souvenirs. Deze hebben we niet kunnen vinden bij ‘het grootste winkelcentrum van Yogyakarta’. Dit is kleiner dan CityPlaza en het zou een klein rommelhoekje zijn in de Mall waar we in Jakarta geweest zijn. Maar goed dus dat we niet bij een andere geweest zijn, dat zou dan weer een beetje teleurstellend geworden zijn.
We brommeren terug richting ons hotel. Het brommeren is overigens een avontuur op zich. Het is de goedkoopste, en veruit de snelste, manier om je door de stad te verplaatsen. Regels zijn er niet. Je hebt je lichten, handen en vooral je toeter om je te helpen. Gezond verstand zit je alleen maar in de weg, dus dat schakel ik dan maar even uit. Het is alsof je deel uitmaakt van een krankzinnig racespel voor op de computer. Je scheurt links en rechts langs auto’s, bussen, fietskarren en medebrommers. Je rijdt spook, gaat kleurenblind langs verkeerslichten en de oppervlakte van een postzegel is genoeg om ergens in te voegen. Vet hilarisch! De dame achterop houdt me lekker strak vast. Ik zit gewoon in mijn eigen racespel en het is helemaal te gek. Het gaat nog goed ook. Ik ga gewoon mee met de flow alsof ik al jaren in Yogyakarta woon en ook gewoon sambal over mijn rijst gooi alsof het appelmoes over de aardappelen is.
Uit dat avontuur komen we dus. Ze heeft me nergens losgelaten en zit nog steeds achterop. Ineens hoor ik van achter:
‘Ga je via Via Via?’
Huh? Denk ik. Ik loop vast en moet de zin nog drie keer in mijn hoofd herhalen voor ik het helemaal begrijp en een smakelijk lachsalvo mij laat ontvallen. Een gevoel van trots maakt zich meester van me. Ha! Misschien hoort ze toch echt gewoon bij me.
Ze is in ieder geval het meest dankbare publiek dat ik me kan wensen. Waar mijn doel is om voor 10% grappig gevonden te worden, beloond zij me met minimaal een glimlach op ongeveer 90% van de grapjes die ik probeer te maken. En dat terwijl ze toch al weet dat ik haar leuk vind en ze me er echt niet meer mee versiert of zo.
We mogen nog een dag van elkaar genieten buiten Neerlands grenzen, eens kijken of we net zo veel gaan lachen als de mensen om ons heen ons ook kunnen verstaan. Ik teken ervoor, lijkt me gewoon leuk, of grappig, zo je wilt.

under: Reisverhalen

Dansen! Dansen! Dansen!

Posted by: | 25 november 2010 | No Comment |

Op de vulkaaaaaaan!!!

Als twee aardplaten tegen elkaar aan botsen, verdwijnt de ene onder de andere. Er ontstaat langs de kust een subductiezone, herkenbaar aan een diepe trog in de oceaanbodem. De onderste plaat is zwaarder dan de bovenste en neemt in zijn gang naar beneden een beetje water, sediment en andere meuk mee die op de bodem ligt. Hoe verder dit de diepte mee in wordt genomen, des te heter en explosiever dat wordt. Het wordt zo heet, dan het materiaal zich door de bovenliggende plaat brandt en daar op een explosieve manier weer aan de oppervlakte komt. Tadaaaah! Je enige echte kegelvulkaan, ook wel stratovulkaan genoemd. Op spectaculaire manier zijn ze gevormd en net zo spectaculair kan hun ‘verdwijnen’ zijn, als er een caldera ontstaat.
OK. We hebben dus een vulkaan. Nu nog: wat gaan we er mee doen. Veel boeren hebben ontdekt dat de grond om de vulkaan erg vruchtbaar is en hebben hun akkers er op de hellingen liggen. Mochten ze afvragen waar hun vruchtbare bodem blijft… Die spoelt weg door erosie. De akkers zijn zo stijl en zo onhandig ingericht dat bodemmateriaal (modder) met gemak weg stroomt. Je kunt aan de vulkaan ook nog geld verdienen door er toeristen op te laten lopen. Die moeten daar wel een beetje voor over hebben, moet ooit eens een Indonesier of oppertoerist gedacht hebben. Laten we ze om 3.30uur in de ochtend wekken, zodat ze om 4 uur in een busje zitten en om 4.15 een wandeltocht van een uur tegen een berg op kunnen maken. Big business!! Briljant plan! Dat ze er niet eerder op gekomen zijn. Nou, dat zijn ze wel. Het is hier bezaaid met hotels en mocht iemand zich afvragen waar alle oude Toyota Land Cruisers uit de jaren zestig en zeventig gebleven zijn, dan moeten ze hier eens zoeken. Die Jeeps met die guitige kromme achterraampjes op de hoeken rijden hier nog dapper hun rondjes, volgeladen met toeristen die de wandeling niet trekken om 4 uur ‘s nachts.
Nu wordt er wel weer een songtekst die van toepassing. Natuurlijk is de benadering heel anders dan die van De Dijk, we maken niet echt een politiek statement, maar ik heb wel even wat pasjes gemaakt op een vulkaan. Zonder muziek, maar gedanst moest er worden. Hoe vaak ben je nou eigenlijk op een vulkaan? En zeker op 1 waar rook uit komt! Ik was als een kind op pakjesavond toen ik ‘s avonds hoorde dat ‘the mountain is active, it is erupting…’. Jaa! Dat ga je niet menen. Een echte vulkaan, echt aan het werk. Da’s toch wat anders dan die meren in oude vulkaankraters in Australie (of Duitsland). Hier staan niet eens 15 meter hoge bomen aan de rand van de krater waar ik uit zou kunnen springen. Des te beter voor mijn rug.
Op welke vulkaan we zijn? De Bromo-vulkaan op Java. Eigenlijk wilden we de Merapi op. Hoe stoer was dat geweest? Die schijnt zo nu en dan nog eens lekker te pruttelen. Maar dat kon niet. Waarom niet? Dat is vrij duidelijk, maar in de Lonely Planet staat dat het mogelijk is de Merapi op te gaan en het is de meest recente editie… Voor ik zou uitbarsten van woede, hebben we maar een toer geboekt naar de Bromo, in de hoop hier wel een knalfeest te kunnen beleven. As het nog even zou kunnen, zou ik toch wel een blik op de Merapi willen werpen, mocht al het leed daar voorbij zijn.
De wandeling was door het vroege uur wel wat aan de zware kant. Dit kan ook komen door de grote hoogte waar we op verbleven. Hijgend en puffend creeren we onze eigen uitkijkplek, want ineens houdt het pad op, terwijl er nog allemaal bomen en struiken tussen ons en de vulkaan staan. Vanaf onze geimproviseerde uitkijkplek is het uitzicht wel echt fantastisch. Een kegelvulkaan die actief, wel lui, maar toch actief is! Bij het licht van de opkomende zon ziet het er aanvankelijk uit als een kaal en leeg maanlandschap. Met de warmte van het zonlicht erbij zie je de kleur in het landschap terug komen en is het geweldig om de krater te zien, met in het midden een kleinere berg met daarin een dikke rookpluim. De foto’s komen snel online. We zijn in ieder geval niet voor niets zo vroeg opgestaan, het was het helemaal waard. Mijn toekomstige leerlingen gaan het zwaar krijgen als ik activiteiten als deze blijf doen. Dit is perfect lesmateriaal.

under: Reisverhalen

Zelf Indonesisch koken

Posted by: | 25 november 2010 | 3 Comments |

Ja, ik wil het weten. Al weken verwennen die Indonesiers mij, euhm ons, Jolien is er ook nog bij, met enorm lekker eten. Vooral de curry, met groenten, vis of kip verrast me steeds weer. Het is echt geweldig wat die Indonesiers met kruiden, groenten en vlees kunnen. Ik wil dat ook kunnen. Ik zie mezelf soms wel een beetje als kok en ik wil ook zoiets lekkers en gezonds kunnen maken.
De Indonesische keuken is sowieso briljant. Snoepen doen ze hier niet echt. Alles wat ze eten, is gezond en (dus) ook lekker. Of gefrituurd… Dat telt even niet mee. Wat we echter uitgelegd hebben gekregen, is dat snacken hier het meest krachtige helende voer is dat je tot je kunt nemen. De meeste kracht zit hier in dingen die tussen dingen in staan en niet in dingen/mensen die aan de top staan. Deze gedachte spreekt me wel aan.
Maar goed, zo leren koken. Hoe doe je dat? Je regelt een kookcursus. Het kost wat (voor Indonesische begrippen) maar je krijgt er ook wat voor. Gespannen lopen we naar de kookclub. Gespannen omdat mijn maag nog niet officieel lekker mee doet na drie dagen protesteren. Ook dag vier zal niet medicijnloos voorbij gaan, maar gelukkig gaat het goed tijdens de kookklas. Het etablissement waar het festijn gegeven wordt, is luxer dan de gemiddelde tempel die we hier gezien hebben. We zitten aan een lange tafel met daarop water en hibiscusthee, in kannen. Aan de tafel zit een gemeleerd gezelschap van stelletjes. 1 setje op honeymoon, verder veel kerels die door vrouwlief zijn meegesleept, waarschijnlijk en ik, met vrouwlief die door mij is meegesleept. Dat is een grapje natuurlijk, maar ik vind het wel reuze interessant. Oi oi oi, als wij ooit zo suf worden als drie van de zes stellen om ons heen, hebben we meer chilipepers nodig dan die hier in Indonesie per dag gegeten worden.
De kookjuf is een diva die bang is om vieze handen te krijgen en alle Indonesische knechtjes graag voor zich laat werken. Ze kan uitermate boeiend vertellen over de ingredienten. Daar beginnen we mee. Alle ingredienten worden eerst uitgebreid besproken. Da’s maar goed ook, want ze blijken goed voor meer dingen dan wij wisten. Het moet na deze maaltijd in ieder geval een stuk beter gaanmet mijn energiebalans, spijsvertering en eigenlijk alles. Er zijn wat farmaceuten voor nodig om dit echt te bewerkstelligen, maar het is mooi dat kruiden, groenten en specerijen dat allemaal zouden moeten kunnen.
Na een korte pauze mogen we voorzichtig zelf dingen door elkaar husselen. Het snijdwerk is al voor ons gedaan, op de waterspinazie na. Dit is wel handig, nu kunnen we ons volledig op het husselen en koken concentreren. Het husselen schijnt een redelijke kunst te zijn die mijn Australische collega’s niet zo goed in de vingers hebben. Mij laten ze echter nog een lange tijd doorgaan met zo’n stamper in een vulkaanstenen bak. Bram-de-gebroken-pols-fysio zou trots op me zijn als hij me gezien had. Ineens kon ik dingen met mijn pols, die we in april nog niet voor mogelijk hielden. En ze laten me er nog lang mee doorgaan ook.
Als alles door elkaar gehusseld en op temperatuur gebracht is, mogen we het nog opeten ook! En dat is erg goed nieuws. Mijn maag en ik zijn alle wilde avonturen van twee nachten eerder vergeten en ik laat het me goed smaken. Wat een feest is dit!! Thuis ga ik elke Turkse, Indonesische of Chinese winkel af om alleen al deze ingredienten te vinden. Dan moet het mogelijk zijn om dit thuis ook te maken. Wie komt er eten??? Vingers?
Wel een waarschuwing: ‘kijk uit, heet!’

under: Reisverhalen

De gespannen reiziger

Posted by: | 25 november 2010 | No Comment |

Bij de bevolkingsgroep ‘reizigers’ zijn veel indelingen te maken. Je hebt toeristen, reizigers, backpackers, ontdekkers, expats, verslaggevers en weet ik veel wat voor een indeling er te maken is. Eerder had ik al de ‘backpacker’ opgedeeld in drie. Een reisgenoot in het busje dat ons van Bali naar de Bromo brengt, brengt een nieuw indeling aan het licht. Het is de gestresste reiziger. Je wordt al gespannen als je alleen maar bij hem (in dit geval) in de buurt bent. Er zijn meer reizigers die dat gevoel in ons boven haalden, zoals de vrouw die niet stil kon zitten, haar gezicht continu moest bewegen, wat op haar leeftijd ook wel redelijk geholpen werd door de zwaartekracht, en eigenlijk heel veel aandacht vroeg. Eenmaal in de bus zette ze haar diva gezicht op en bleef ze rustig.
Dit kan niet gezegd worden van de stressreiziger. Deze praat veel. Deze praat veel over zichzelf. Hij vraagt iedereen hoe die ergens is gekomen, waar hij of zij geslapen heeft en hoe ze het daar vonden. Daarna vertelt hij waar hij is geweest en hoe hij het gedaan heeft, maar geeft daarbij aan alles een waarde oordeel. Het komt er in ieder geval op neer dat je volgens hem niet echt goed bezig bent. Hij zegt meer uit zijn reis te halen en het helemaal perfect aan te pakken. Als dit alles was, was er wel mee te leven.
Hij blijft echter terug komen op het hotel waar hij was en vooral over het hotel waar hij van plan is te verblijven. Eigenlijk weet hij nog niet waar en hoe dat is, zegt hij, maar hij is er erg gespannen over. Het zal wel niets zijn, een kreppie bende.
Standje negeren gaat aan. Deze man laten we even links liggen. Dit kost moeite, want, zo blijkt, hij benadert graag mensen. Zoveel mogelijk mensen moeten gewaarschuwd zijn voor de dingen waar hij bang voor is. Hij is een goed mens, hij bekommert zich om zijn medereiziger. Alleen dat honeymoonende stel is voor hem wat onbereikbaar. Toch, je ziet het aan hem, hij heeft een brandend verlangen ook hen te vertellen waar ze wel moeten slapen en hoeveel leuker het is om met het openbaar vervoer te reizen dan met een enorm veel duurdere toeristenbus. Gelukkig duurt onze geplande reis met een toeristenbus al niet 10 uur, dus ja, wellicht gaan we nog wel twijfelen of we niet beter nog langer, minder comfortabel, maar wel nog goedkoper ons in een snikhete drukke bus proppen.
Zelfs ik leer langzaam dat je allemaal wel ziet hoe het gaat en als het echt anders kan en moet, je dat ook wel doet. Tot die tijd zie je wel hoe het gaat. Tot op heden gaat het erg goed, dus moet ik wellicht ook ophouden met het met irriteren aan dit soort mensen. We zijn lekker bezig, op naar Yogyakarta, waar ze ons, volgens de krant, met open armen gaan ontvangen.
P.S.: Het geval waar dit over gaat, is een kleine Filipino van een jaar of 35 met een hoog piepstemmetje. We genieten al 2 dagen van zijn zoete stemgeluid.

under: Reisverhalen

Fietsen met Ketut

Posted by: | 22 november 2010 | No Comment |

Op reis leer je jezelf kennen, zeggen ze. Het zou heel goed kunnen, ik denk dat ik het meeste pas achteraf realiseer, of gewoon niet op internet wil delen. Ik heb echter wel een ontdekking gedaan. Als ik reis, heb ik een voorkeur voor filmlocaties. New York vond ik geweldig in 2008, hetzelfde geldt voor Washington dat jaar. Je ziet allemaal dingen die je eerder in films hebt gezien. Komt het even goed uit dat ik vorige maand in Cairns alleen naar Eat Pray Love geweest ben. Daarin zit Bali namelijk en Ubud in het bijzonder. Laten we daar nou net terecht gekomen zijn.
Bali is het meest toeristsche eiland van Indonesie. Met of zonder reden, dat weet ik niet. Ik hoor van Australiers dat het belachelijk dichtbij is, dus dat verklaart een deel van deze toeristische succestory. Verder is het hier wel erg mooi en compact. De stad zelf is een verzameling van restaurants en tempels, buurtgenootschappen en bungalowverhuurfamilies. De stoepen zijn te smal om naast elkaar te lopen en fungeren eigenlijk alleen als afsluiting van het riool, dat onder de stoep ligt en door de spleten tussen de stenen zichtbaar is. Gelukkig is Uubu reliefrijk en staat het water in het riool niet stil en stinkt het niet.
Het mooie van Ubud is de omgeving. In deze omgeving zie je Julia Roberts fietsen. Net als wij! Wij hebben in plaats van een toekomstvoorspeller een tourguide met de naam Kutut, maar goed, we fietsen door het platteland van Bali. De tour beloofde ons een blik op het platteland, bij de mensen thuis, op de rijstvelden en door de jungle. Ketut maakt het helemaal waar. Hij geniet met volle teugen van zijn werk en verdwaalt, zodat ook wij meer van zijn eiland te zien krijgen.
De dag begint op een geweldige plek. Een of andree slimmerik heeft zijn restaurant aan de binnenkant van een slapende vulkaan gebouwd. De vulkaan was ooit vele malen groter, is ingestort en heeft een caldera* gevormd. Aan de binnenkant van deze caldera vormen vlonders een soort zwevend terras in een vulkaankrater en daar hebben wij ons tweede (hi hi, bij het hostel is het gratis) ontbijt. Supermooi. De zon is al even op, dus het licht is niet spectaculair, maar het uitzicht is dat zeker wel. In de krater zijn drie kleinere kraters te zien. De vulkaan bouwt zichzelf rustig weer op, net als de Krakatau dat de afgelopen week heeft gedaan.
Vanaf deze plek gaan we eerst nog even naar een ontzettende toeristische organische chocola en koffie fabriek. Op zich niet heel bijzonder zal je denken, die mensen willen gewoon makkelijk geld verdienen. Het bijzondere hier is echter dat de koffie die geschonken wordt, geproduceerd wordt door katten. Uitleg: de kat eet koffiebonen, verteert die met beleid, poept ze uit. De mens brandt deze bonen, maalt ze en zet er koffie van. Het smaakt nog steeds naar koffie, niet hele bijzondere, maar toch is het aardig om te weten dat je in principe kattenpoep drinkt.
Vanaf daar gaat het alleen maar bergafwaarts. Letterlijk. Er staat een rij rammelend mountainbikes op ons te wachten die ons ruim 25 km lang langs rijstterrassen, dorpjes en regenwoud brengt. Het is zo mooi. Wellicht kunnen de foto’s (later online) dit illustreren. Het mooie is dat het niet nodig is ergens bergop te fietsen. We zijn namelijk op het hoogste punten begonnen.
De tourguide is een goede. Hij heeft serieus de grootste lol met ons en met zichzelf. Bij een uitleg over hanengevechten zegt hij dat Indonesische mannen liever met hun ‘Cock’, eeuhm correctie ‘Rooster’ spelen dan met hun vrouw. Verder heeft de man een talenknobbel. Behalve Balinees en Bahasa Indonesia, spreekt hij Amerikaans, Schots, Australisch en Engels. Ook zijn Nederlands is boven verwachting goed. We moeten op onze woorden letten, want we hebben het gevoel dat hij ons begrijpt.
Wat tours in deze gebieden ook graag, erg graag, laten zien, zijn ‘Fig trees’. Eigenlijk is dit een pest voor bomen. Het is een plant die zich helemaal om een boom wikkelt en dan de boom laat dood gaan. De dode boom verteerd en zorgt ervoor dat de fig tree hol wordt. Zo kunnen Jolien en ik door een boom heen lopen. De boom is hol en heeft een soort poortje. Als je door dit poortje loopt, schijn je de toekomst te kunnen zien. Zegt Ketut. Laat de eerste vraag die ons gesteld wordt aan de andere kant van de boom, de volgende zijn: ‘Shall I take a picture of you and your husband or boyfriend…’. Is dat even lachen.
De tour eindigt met lekker eten. Moet ik daar nu weer over beginnen? Het eten is hier zo lekker. Deze maaltijd laat ik echter aan me voorbij gaan. Een dag en flink wat buikpijn later vertelt een dokter me dat mijn maagwand hevig geirriteerd is. Joh. Ik heb net bijna twee dagen dubbelgevouwen op bed gelegen, geirriteerd is er zeker wel iets.

* staat achter in je aardrijkskunde lesboek

under: Reisverhalen

In de Lonely Planet staat per regio een stukje geschreven over dingen die kunnen irriteren in dat gebied. Dat gaat meestal over muggen, zakkenrollers of opdringerige touroperators. Meestal, bij normaal gedrag en met de goede afweerchemicalien zullen de irritaties tot een minimum beperkt blijven. Ook goed muggenspul helpt tegen de muggen. Het enige waar je echt niets tegen kunt doen, zijn taxichauffeurs, masseuses en straatventers.
Het begon afgelopen zomer in China. Waar ik samen met Rudy mij liep te verbazen over het zelfdenkend vermogen van de straatventers. Er kwam daar een Chinees op je af. Hij wijst op zijn horloge en piept: ‘Lolex? Lolex! Nice Price’. Voor vijf euro kan je daar echt een horloge krijgen waar ‘Lolex’ op staat. Daar steel je natuurlijk de show mee op het schoolplein, maar toch, ik heb er niet zo’n zin in. Dat bling-bling is niet echt mijn stijl. Het meest suffe komt pas later, niet heel veel later, het is in seconden uit te drukken. Je bedankt namelijk de eerste straatventer vriendelijk voor het geweldige aanbod dat hij je zojuist gedaan heeft, denkt door te kunnen lopen, maar helaas! Daar staan nummer twee, drie, vier en de rest op je te wachten. Ze verwachten dat je hen net zo vriendelijk bedankt voor hetzelfde aanbod.
Zo gaat het hier in Ubud, Bali, ook. Hier zijn het echter de taxichauffeurs. We twijfelen echter aan het feit of ze echt taxi-chauffeur zijn of dat het gewoon huisvaders zijn die een auto hebben en bij het zien van een tourist denken daar toch een beetje geld aan te kunnen verdienen. ‘Taxi! Yes? Taxi’.
Vriendelijk bedankt je de eerste ‘chauffeur’. Voor de tweede sta je al niet meer stil. De derde krijgt een glimlach en een vriendelijk nee. Maar dan. Daarna begint het keiharde negeren. Het voelt onvriendelijk, onmenselijk en onaardig, maar het kan echt niet anders. Ik heb gedacht aan complottheorien tegen mijn. Jolien lacht me hartelijk uit als ik mijn frustratie uit naar taxichauffeur 1059. Ik slaak een luide kreun, maar loop gewoon door. Ze zei dat de ‘arme (dat bepaal ik op dat moment) man zich helemaal lam schrok op het moment dat ik dat deed’. Ik denk dan: ‘eigen schuld, er moet iets van een vergadering komen waarop wordt afgesproken hoe je toeristen benadert, hoe vaak en waarom’.
Hetzelfde geldt eigenlijk voor verkopers van kaartjes voor de dansvoorstellingen hier, of de verkoopsters van houten messen. Een houten mes? Hoe snijdt dat? Ik weet het niet en ga het niet proberen. Als je een keer op Bali komt, mag je het zelf proberen, ze hebben er genoeg van. Zo veel zelfs dat ze in grote getale verkocht, nou ja, ter verkoop aangeboden worden.
Een andere groep, voornamelijk dames die geld aan me willen verdienen, vind ik heel grappig. Het is pure binnenpret, want de dames weten niet wat ik denk en ook andere mensen op straat hebben geen idee van mijn beperkte vreugde. Deze dames vragen namelijk of ik een massaaaas, massage, wil. ‘Nee, tuurlijk niet!’, denk ik dan. ‘Zien jullie die mooie lange blonde voor me uit lopen? Zij is net afgestudeerd fysiotherapeute! Denken jullie nou echt dat ik het belachelijke bedrag van 4 hele euro’s per uur ga uitgeven als zij bij me in de buurt is?, Ha ha ha!’. Nou, dat is mijn hele binnenpret. Nu moet niet gelijk gedacht worden dat ik net zo vaak gemasseerd word als het me wordt aangeboden, want dan ben ik de nachtmerrie van Barbapappa op een lenigheidswedstrijd.
Maar goed, lang verhaal nog langer: wat denken die mensen? Dat als ik tegen de eerste ‘nee’ zeg, zij wel kans hebben dat ik tegen hen zeg dat ze me wel met een taxi naar het restaurant mogen brengen waar we bijna voor de deur staan? Wat bereiken ze met hun vraag? Dat ik van gedachten verander? Ik heb dus een avond gehad hier, dat het enige wat ze bereikten, was dat ik me meer aan hen ging ergeren. Sinds de ochtend na deze avond lukt het me om de beste dames en heren met enige vorm van waardigheid te negeren of ze zo aan te kijken of nee te zeggen dat ze ook niet doorzeuren. Goed hoor jongens, zo worden we misschien nog wel vrienden.

under: Reisverhalen

Nu mijn zus’ weer

Posted by: | 22 november 2010 | No Comment |

Een paar dagen voordat het zo ver is, is er hier al stress. ‘Ik moet nog een kaart voor mijn zusje in elkaar flansen als we ergens internet tegenkomen’, zeg ik tegen Jolien. In mijn spam zag ik dat het bij Greetz.nl mogelijk was om een kaart te maken van je eigen foto(‘s). Hartstikke leuk natuurlijk, zeker omdat we in de jungle aap bij het ontbijt hadden. Niet dat we aap gegeten hebben, maar bij het oppeuzelen van onze sandwich kregen we na bezoek van een Oerang Oetang, bezoek van een makaak, een kleiner, veel schattiger aapje. Da’s mooi, want het zou niet de eerste keer zijn dat mijn zus en ik elkaar begroeten met: ‘Hee, Apekop!’.
Het is de 16e en ik moet er weer een missen. Een verjaardag. Deze keer van mijn zusje. Wat ik er nog van weet, is dat ik haar verjaardag vaak misschien wel leuker vond dan mijn eigen. Op mijn eigen verjaardag werd ik altijd erg verwend, maar draaide ook altijd alles om mij. Dan moet je met iedereen even praten en ben je altijd bang dat je iemand net te weinig aandacht geeft, terwijl diegene wellicht een supermooi cadeau had gegeven. Die druk ervaarde ik nooit op 16 november. Dan waren er dezelfde mensen, als het een familiefeestje was, maar het was toch meer ontspannen.
Mijn zusje was verder gezegend met een vrij grote en consistente vriendenkring. Alle dames kwamen langs en hadden het gezellig met elkaar. Het was al met al een stuk relaxter voor mij. Het huis zat vol met kakelende dames, moeder liep af en aan met allemaal lekkers. Paps vond het prachtig om tussen alle dames te zitten. Hij zat, en zit nu nog steeds, dan op de bank. Hij klopt dan met een vlakke hand op de plek naast hem op de bank en zegt dan: ‘ach, je kunt hier wel zitten’. De dame die snapt dat je dan een tijdje heel slap met de beste man moet praten, maakt hem helemaal gelukkig. ‘Ja Kees, echt waar joh?’ Hij: ‘Jaaa… Bla bla bla… Schalkwijk… bla bla bla’. Zij: ‘Niet waar! En toen?’ Hij: ‘Jaaa, bla bla bla… motor… roeiboot… bla bla’. En de man is helemaal in zijn nopjes.
Op een gegeven moment krijgen de dames een druk leven en vriendjes. Dat merk je op verjaardagen. Het spontane is er af, de vriendjes hangen erbij en kijken lang rond om te zien waar ze nou weer terecht zijn gekomen. De dames zijn ook heel erg druk allemaal.
Hoe het dit jaar gegaan is, weet ik allemaal niet. Wat er anders was: zuslief (en haar vriend, die erg handig is op reis, LP) hebben een huis gekocht en dat is nu ongeveer af en ingericht en klaar om bewoond te worden. Het is dus ook klaar om een verjaardag te vieren. Dan weet je direct of je vloer tegen hakken kan en of je rode wijn uit de bekleding van je bank kunt krijgen. Altijd spannend natuurlijk.
Tsja, wellicht heb ik wat gemist dit jaar. Het is natuurlijk in Nederland al vroeg donker en koud, wat het binnen erg knus maakt. Dat is erg moeilijk om je voor te stellen als je ergens bent, waar het te heet is om elkaars hand vast te houden en je blij bent met regen, omdat het zo lekker verkoelend is als er water van maar 30 graden uit de lucht valt.
Dan de leeftijd? Mag ik dat bespreken op internet? Het is maar goed dat er nu een eigen huis is. Ik heb het gezien voordat het klaar was om in te wonen. Er is ruimte voor een kind. Er is ruimte voor nog een kind. Dus, laat maar komen. Ik speel wel oom. Dat moet te doen zijn. Zo lastig zal het niet zijn om op kinderen te passen, toch? Dat lijkt me eigenlijk wel wat. Misschien moet ik daar mijn werk van maken en dan die kinderen alleen maar vertellen hoe de wereld er uit ziet, waar landen liggen en waarom het regent?
Hee zus! Nog gefeliciteerd met je verjaardag!

under: Reisverhalen

De spanning, weg en weer terug

Posted by: | 20 november 2010 | No Comment |

Het formule 1 seizoen dat in maart in Bahrein begon, kwam afgelopen weekend tot een einde. Het hele seizoen lang vond ik het maar moeilijk om iets van spanning te ontdekken. De comeback van Schumacher dreigt uit te draaien op een grote mislukking, Mercedes gaat niet lekker en de puntenverdeling is zo anders, dat niet duidelijk te zeggen is, welke kant het allemaal op gaat. De wedstrijden kijk ik nog wel, maar met steeds minder plezier en spanning.
Desondanks heb ik nog wel alles gevolgd. Er zijn tussen mijn ouders en mij van die tradities in gesleten die lang standhouden. Al sinds mijn eerste Vinea zomer krijg ik binnen een uur na de Grand Prix een smsje met daarin de ontzettend lange tekst waarin de uitslag staat, de bovenste 3 in ieder geval en wat er met Schumacher gebeurt is als hij niet bij die eerste drie zat. Zo ging het ook in Australie. In Melbourne ben ik nog op zoek geweest naar een sports bar, maar die serveerden zulk duur eten, dat ik twee minuten in een snack bar gezien heb, een praatje met de eigenaar heb gemaakt, Vettel zijn motor heb zien ontploffen en weer doorgelopen ben.
Dit weekend was de spanning er toch weer in een keer. De finale! Het moment was de spanning er in een keer weer niet. Je zit in een soort van een ontwikkelingsland, dus het electriciteitsnetwerk laat nogal eens te wensen over. En toen was de spanning er weer. We konden eten en liepen verlicht naar een cafe met internet. Daar was het maar goed dat er een generator was, zo kon ik een verjaardagskaart voor mijn zusje genereren. De spanning bij mij stijgt. Bij Jolien stijgt er vrij weinig. En de spanning is weer weg. Precies tijdens de start. Die zie ik dus op twitter-achtige media. Toch handig dat internet in combinatie met een generator. De lol is er zo wel snel af, dus lopen we terug naar het guesthouse.
Dacht zij… We komen langs een tent met hele harde live muziek. Maar wel goede live-muziek. Beter nog: aan de muur hangen LCD-tv’s met, jawel, de Grand Prix van Abu Dhabi! En nog beter: op twee zenders! Als de een reclame heeft, gaat de ander (vrij vaak) nog even door! Aan het publiek te zien, ben ik niet de enige toerist die de finale niet echt wil missen. Ik ga zo snel mogelijk naar de bar, alwaar het zicht het beste is. Jolien zet zich gelaten naast me en begint om zich heen te kijken. Gelukkig is de live band wel echt goed. Dit bewijzen ze met een serieus goede interpretatie van het wonderschone ‘Where the streets have no name’.
Ik ga op in de race en probeer dingen uit te leggen. De interesse van mijn gezelschap blijft goed verstopt op zolder. Tijdens de reclames kijk ik eens om me heen en zie dat er meerdere mannen zijn die hun vrouw, vriendin, maitresse, gezelschap laten lijden onder hetzelfde lot waar Jolien onder lijdt. Verbeten kijken de mannen naar LCD schermen, terwijl ze hun geliefde nog wel vasthouden. Die kijken afwezig in het rond.
De dames boeit het weinig. Ze zijn duidelijk meegenomen en er is weinig dat de mannen van het autoracen houdt. Zouden zij onderling contact hebben? Is er iets als telepathie of uitgewisselde blikken waarmee de dames troost bij elkaar kunnen vinden? Kijken ze elkaar aan om vervolgens met hun ogen te draaien, om te zeggen ‘ja, ik moest ook mee, die van mij vond dit ook belangrijk’ of ‘snap jij dit nou?’.
Wij mannen hebben maar weinig met elkaar te maken, behalve dat we dezelfde ‘sport’, in ieder geval hetzelfde televisieprogramma leuk vinden. Af en toe hoop iemand te ontdekken die ook voor Vettel, Webber, Hamilton of Alonso is, net als jij. Maar eigenlijk vinden de meeste mannen die hier zitten dat als ze zo lang op vakantie zijn met iemand, ze vast wel heel even mogen kijken. De mannen die hier zitten hebben het geluk dat hun geliefden het hun heel even gunnen. Yes! En ik mag ook even kijken. Sterker nog, er komt stiekem 1 inhoudelijke vraag. Ze volgt het dus toch een beetje, of ze houdt echt van me.
Naast ons zitten twee Spanjaarden. Hun blikken nors en donker, zoals je een chagrijnige Spanjaard voor je ziet. Het gaat niet goed. Alonso en Webber zitten op een elfde en twaalfde plaats vast achter Petrov die eenzelfde pitstopstrategie heeft. Petrov houdt Alonso op, geeft hem een remmentest en zorgt ervoor dat veel rijders een pitstop kunnen maken, zonder dat Alonso of Webber aan ze voorbij gaat. Hij eindigt uiteindelijk als zesde. Intussen gaat Vettel als een malle! Hij blijft snelste rondes rijden en houdt Kubica de enige andere titelkandidaat op te grote afstand. Alleen met de pitstops wordt het echt spannend Vettel komt als tweede weer de baan op, achter Button die nog moet stoppen. De Spanjaarden kijken nog donkerder. Ik sla een gebalde vuist op de bar, want Vettel vind ik een coureur die nogal leuk zijn rondjes rijdt. Alleen Kubica moet nog nieuwe banden. Bij terugkomst op de baan, heeft hij al het asfalt nodig dat er bij de uitgang van de pitstraat ligt, maar hij komt voor Alonse weer de baan op. Ik geef wederom een teken van vreugde dat bij de Spanjaarden niet in goede aarde valt. Dat laatste hoor ik later van Jolien. Die zit er nog steeds naast, alles maar maf te vinden en kijkt naar de rare gespannen mannetjes om haar heen. Ze is de buffer tussen mij en de Spanjaarden. Dat ik ze nou ook net moet treffen, die Spanjaarden. In bijna drie maanden reizen geen Spanjaard gezien en nu, net nu Alonso zijn dag niet heeft, zit ik naast ze. Arme jongens.
De spanning loopt verder op, in de wedstrijd dan, want de Red Bull heeft het wel vaker begeven en als er maar 1 iemand uitvalt voor Alonso, heeft hij alsnog genoeg punten om kampioen te worden. Als Vettel dan ook als eerste over de finish komt, zie je in beeld Christiaan Horner en Adrian Newey ook nog niet juichen op tv. Zij wachten, net als ik en de Spanjaarden naast me, tot ALO in beeld komt. Hij probeert het laatste rondje zijn auto er nog wel langs te prikken en naast Petrov de finish over te gaan. Als hij uiteindelijk met te weinig punten over de finish komt, geef ik mijn teken van vreugde weer en hoor ik de Spanjaarden naast me nog net ‘dankjewel’ tegen de barman zeggen voordat ze nors de zaak uitlopen.
Vettel is wereldkampioen (denk ik nu tenminste, niet wetend of er nog tijdstraffen zijn uitgedeeld) en mooi ook. Hij heeft wel erg veel hulp gekregen van de Renaults van Kubica en Petrov. Dat maakt Formule 1 dan weer mooi: hadden zij hun plek ook zo verdedigt als zij niet met dezelfde motor hadden gereden als de leider in de wedstrijd? Hebben zij niet extra hun best gedaan om Hamilton en Alonso achter zich te houden, omdat Renault toch de leverancier is van de motor van Sebastiaan Vettel? Normaal hoor je teams zeggen dat ze zich niet met de titelstrijd willen bemoeien als er nog maar een paar kanshebbers zijn, Renault heeft dat wel erg gedaan, het bemoeien en met succes. In Frankrijk zullen ze er best blij mee zijn.
Ja, dit was een mooi potje. Ondanks dat ik vaak genoeg mezelf heb voorgenomen niet meer te kijken, zal ik volgend jaar ook weer zo min mogelijk wedstrijden missen, al blijf ik er niet meer voor thuis en zal ik ook niet meer chagrijnig worden van een telefoontje tijdens een Grand Prix. Het blijven gewoon een paar rare autootjes die rondjes achter elkaar aanrijden.

under: Reisverhalen

Older Posts »

Categories